Sitemap

Hoe het lichaam werkt

De reis die een vloeistof door je lichaam af moet leggen is lang en spannend. Stel je voor dat je een slok water neemt. Je mond wordt vochtig en het voelt goed om te slikken. (Tenzij je mond vol tandpasta zit, in dat geval spuug je het water uit.)

Hoe water urine wordt

Als je er voor kiest om te slikken, stroomt het water door je keel, langs het strotteklepje, wat gesloten is, zodat het water niet in je longen eindigt en via de slokdarm je maag in.

De maag

Het weg van het water door je lichaam

In je maag is het water nodig om de voedselprocessen en -vertering te helpen. Tot nu toe heeft je lichaam nog geen water opgenomen. Het enige wat er gebeurd is, is dat je dorst waarschijnlijk gelest is en je meer speeksel hebt gekregen. Het water en voedsel is gemixt tot een soort deeg wat in je darmen wordt gekneed.

De dunne darm
In de dunne darm begint je lichaam het vocht op te nemen, net zoals vitamines en andere voedingsstoffen uit het deeg. Deze voedingsstoffen worden opgenomen door het bloed en getransporteerd naar al je lichaamscellen. In de dunne darm is het voedsel zo klein gemaakt en gekneed dat het niet meer vast is maar een beetje op beslag lijkt. Na een tijdje verlaat dit beslag de dunne darm en gaat door naar de dikke darm.

De dikke darm

De taak van de dikke darm is om zoveel mogelijk vocht uit het dunne beslag te halen als mogelijk is, zodat je lichaam dit kan gebruiken en een goede balans van lichaamsvloeistoffen kan krijgen. Dit is belangrijk want je lichaam bestaat voor 60% uit water.

De nieren en de blaas

De vloeistof die je drinkt is opgenomen door het bloed in de grote bloedvaten en wordt door je bloed naar je nieren getransporteerd. In je nieren wordt het bloed gezuiverd en wordt het water omgezet in urine die door je urineleiders naar je blaas loopt. Wanneer je blaas zo'n 2-4 dl urine bevat, ga je normaal gesproken naar het toilet om je blaas te legen.