Je bloed legt twee wegen af
1. Hart 2. Aorta
3. Slagaderen 4. Bloedvaten
Je bloed legt twee wegen af, een korte en een lange. Tijdens de korte weg wordt je bloed door je longen gepompt. Daar ontdoet het zich van alle koolstofdioxide en vult het zich met zuurstof.
Tijdens de langere weg reist je bloed door je lichaam naar de kleinste cellen voordat het terug naar je hart gaat.
Tijdens deze lange weg stroomt je bloed door je hart en laat voeding achter zodat je hart de kracht heeft om te kloppen.
Wanneer je bloed door de nieren stroomt, wordt het gereinigd van afvalstoffen en in de dunne darm neemt het voeding op. Je bloed draagt dan voeding mee naar andere delen van je lichaam.
Bloedvaten
Je bloedvaten splitsen zich in steeds smallere tunnels zodat je bloed elk klein gedeelte van je lichaam kan bereiken. De kleinste bloedvaten zijn zo dun als haren en heten haarvaten. Dit is waar je bloed de zuurstof en de voeding die het met zich mee draagt afgeeft zodat alle cellen krijgen wat ze nodig hebben. Daar tegenover staat dat de cellen alle koolstofdioxide en andere afvalstoffen afgeven, die het bloed dan de rest van de reis meeneemt. Het bloed vervolgt zijn weg van de haarvaten naar de kleine, nauwe bloedvaten, genaamd aderen. Nu is je bloed op weg terug naar je hart. Eindelijk is je bloed teruggekeerd bij je hart waar het dan weer naar je longen gepompt wordt voor een nieuwe reis.